De oplettende lezers onder U
zullen misschien zeggen; “Hé, Euphorbia stellaespina
hebben we toch al gehad, er zijn zoveel succulente soorten Euphorbia’s
en nu valt hij in herhaling.” U heeft niet alleen een goed
geheugen maar bovendien ook gelijk. Laat het mij even uitleggen.
In mijn geschrift over Euphorbia stellaespina van 1997 zaten naar
mijn gevoel nog enkele losse eindjes. Dit betreft onder andere
het voorkomen van de forma viridis in de natuur. Over deze forma
maakt alleen Jacobsen een vermelding. Inmiddels heeft uw schrijver
in 1999 deze prachtige soort in haar natuurlijke omgeving gevonden
en een verslag vergezeld van beeldmateriaal wil hij U niet onthouden.
Al meer dan 15 jaar houd ik mij
bezig met Euphorbia’s en gedurende die tijd heb alle publicaties
over deze planten verzameld. Het aantal succulente soorten waarover
ik momenteel gegevens bezit bedraagt momenteel 706. Bovendien
zijn er vele meldingen van nog niet officieel beschreven succulente
soorten. Bovendien wil ik geenszins beweren compleet te zijn.
Zelfs in botanisch al zeer goed onderzochte gebieden worden nog
steeds met enige regelmaat nieuwe soorten gevonden. Als je daarbij
bedenkt hoeveel gebieden er nog zijn die nauwelijks onderzocht
zijn, dan ben ik ervan overtuigd dat er nog vele juweeltjes op
hun ontdekking wachten. Voeg daarbij het aantal soorten van de
geslachten Monadenium en Jatropha bij en de kleinere geslachten
zoals Endadenium, Pedilanthus en Synadenium, dan komt het totaal
aantal succulente Euphorbia-achtigen op zo’n 1000 soorten.
En dat is dan nog zonder subspecies en variëteiten. Als ik
dus in dit tempo blijf doorschrijven in ons tijdschrift is een
mensenleven in ieder geval tekort om alle soorten aan bod te laten
komen, zeker als je dan ook nog soorten op herhaling laat komen.
Tijdens onze reis eind oktober
1999 door Zuid Afrika troffen wij op meerdere plaatsen grote groepen
aan van Euphorbia stellaespina. Deze soort is een van de meest
indrukwekkende planten die wij hebben gevonden. Op de meeste vindplaatsen
is zij zeer dominant aanwezig in het landschap en zeker niet schaars,
zoals eerder verondersteld. Op sommige plaatsen is zij zelfs zeer
algemeen, zoals langs de weg van Beaufort West naar De Rust, waar
wij bij bijna elke tussenstop een populatie van Euphorbia stellaespina
aantroffen.
De eerste kennismaking met deze soort was toen wij met een behoorlijke
snelheid over een dirtroad reden vanaf Richmond naar Victoria
Wes. Het rijden over deze onverharde wegen in Zuid Afrika is bij
het doorkruisen van dit prachtige land, meer regel dan uitzondering.
Na enige gewenning is dit goed te doen, want over het algemeen
zijn deze wegen van goede kwaliteit. De hoge snelheid laat zich
verklaren door het feit dat je dan minder last hebt van het zogenaamde
wasbordeffect. Rijdt je wat langzamer dan tril je de auto uit,
althans in de door ons gehuurde Opel corsa. Wel moet je behoorlijk
opletten op deze dirtroads, want als je te hard gaat, dan kun
je gaan vleieren. Bovendien worden scherpe bochten en dergelijke
lang niet altijd aangegeven.
Juist toen we een rotsachtige richel passeerden in het landschap
moesten we vol in de remmen. Vele planten stonden in veelkoppige
groepen verspreidt in het veld en waren zelfs bij het passeren
met hoge snelheid niet over het hoofd te zien. Deze groep E. stellaespina
verschilde in enkele aspecten van de planten op de andere vindplaatsen.
Allereerst bevonden zich in deze populatie planten met roze stekels
in de nieuwgroei, terwijl andere planten groene stekels hadden.
Deze planten groeiden soms naast elkaar. Deze stekels, die bestaan
uit een sterretje, hebben een vrij lange hoofdsteel en het sterretje
van stekels is zeer onregelmatig vertakt met ook hier vrij lange
stekels. Al met al geeft dit een vrij ongeordend geheel.
Ten zuiden van Beaufort West vonden we meerdere populaties van
Euphorbia stellaespina. Op deze vindplaatsen troffen we alleen
planten aan die roze stekels op de jonge nieuwgroei hadden staan.
Even ten zuiden van Beaufort West waren de planten weinig vertakt
en waren de planten in hoge mate verkurkt. Het verkurken van het
onderste deel van de stam is ook in cultuur een veel voorkomend
verschijnsel. Ook in de natuur komt dit dus voor. Het slecht kweken
van cultuurplanten of te weinig licht is dus niet alleen de oorzaak
van het verkurken. Wel viel het op dat het plantlichaam niet effen
groen is, maar voorzien is van een donkere dwarstekening, hetgeen
de aantrekkelijkheid van deze planten alleen maar groter maakt.
Op één vindplaats verder naar het zuiden waren de
stekels kort en zeer regelmatig vertakt en zuurstokroze van kleur.
Bovendien waren deze planten volop aan de groei en kleurde het
frisse groen van de nieuwgroei prachtig tussen de dichte ringen
van jonge roze stekels. Wij waren dermate onder de indruk van
deze planten, dat we bijna vergaten toch nog wat opnames te maken
van deze prachtige planten.
Aan de hand van onze waarnemingen kunnen we stellen dat deze wijd
verspreide soort in de natuur ook behoorlijk variabel in haar
uiterlijk is en zeker niet schaars voorkomt. Het is jammer dat
het kweken van een mooie Euphorbia stellaespina zo moeilijk is
hier in Nederland. Het zou mij echter niet verbazen als er nogal
wat verschil is tussen diverse vindplaatsen in hoeverre ze zich
laat aanpassen aan onze cultuur. Gelukkig komen er steeds meer
planten in de handel met herkomst gegevens van andere vindplaatsen.
De tijd zal leren of deze planten gemakkelijker zullen uitgroeien
tot prachtige showplanten.
Literatuur:
- Jacobsen, H., 1970, Das Sukkulenten Lexicon.
- Veldhuisen, Rikus van, Jaargang 76, No. 5, 1997, Euphorbia stellaespina,
Succulenta.
Afbeeldingen.
188. Verspreide groepen van E. stellaespina in een veld vol met
bloeiende bestekelde mesem-struiken. Tussen Richmond en Victoria
Wes.
190. Een veelkoppige cluster, groots en indrukwekkend, tussen
Richmond en Victoria Wes.
191. Op de vindplaats tussen Richmond en Victoria Wes groeien
ook planten met groene jonge stekels.
205. Even ten zuiden van Beaufort West vinden we weinig vertakte
planten.
207. Verder naar het zuiden, halverwege Beaufort West en Klaarstroom
treffen we planten aan die volop aan de groei zijn.
208. Ook hier staan veelkoppige planten te pronken.